Pagina's

donderdag 20 mei 2010

17 mei: Osmotherley - Lion Inn



Van Osmotherley naar de Lion Inn.

De landlord vertelde ons hoe we aansluiting konden vinden bij het C2C pad, maar eerst wilden we Osmotherley nog wat beter bekijken.

Het plaatsje is feitelijk in de 18e eeuw ontstaan doordat de eigenaar van een vlasmolen en vlasverwerkingsbedrijf, de arbeidershuisjes liet bouwen. Hiervoor waren er al een kerk, een handvol huisjes en ongetwijfeld een pub, door de ingreep vanuit de vlasmolen, werd het plaatsje opeens veel groter. Het resultaat blijkt een prachtig harmonieus geheel van kleine cottages en winkeltjes te zijn.
De kerk en het kerkhof liggen midden tussen de huizen (de meeste huizen kijken met hun achterzijde feitelijk uit over het kerkhof). We zagen de winkel van familie Thompson, die de winkel al sinds 17nogwat beheert (en nog steeds doet); de pub Catharina (naar Catharina van Aragon, de eerste vrouw van Hendrik VIII), waar het zou spoken. Na een goed half uur (want zo groot is het niet), liepen we het dorp uit.

De landlord had ons aangegeven dat we na de 2e “cattlegrid” naar rechts moesten. We hadden vergeten te vragen hoe lang dat ongeveer duurde, want dat bleek een goed uur lopen te zijn. Ondertussen slaat de twijfel toe.

Vertrouwen, Zwart, vertrouwen...

De 2e cattlegrid kwam inderdaad in zicht en daar kwam van de andere zijde... Tony met zijn kleinzoon de berg af klauteren. We liepen een tijdje met elkaar op, maar Tony had blijkbaar haast (hij liep erg snel), dus we lieten hen weer gaan. We begonnen aan de eerste beklimming van vandaag. Een top van bijna 500 meter. Het uitzicht was er ook naar: we keken een eindeloze diepte in van boerenland, stadjes, dorpjes en zo voort. Op de top liepen we door een uitgestrekt heidegebied.

Nadat we de top hadden beklommen, moesten we al snel weer afdalen naar de diepte van het dal beneden ons, om vervolgens opnieuw een top te moeten beklimmen, welke ongeveer net zo hoog was als de vorige.

Dit bleek zich tot 6 keer te herhalen. De beklimming was steeds behoorlijk steil, de afdaling idem dito. Ik kan jullie melden, dat put behoorlijk uit. Ondertussen leek de voorspelde zonneschijn van vandaag zich niet door te zetten: donkere wolken dreven over en er kwam soms een klein spatje uit. We hadden de regenkleding niet meegenomen, dus hielden onze vingers gekruist...De derde beklimming was nogal spectaculair: vlak bij de top hield het pad op en zagen we enorme rotsen voor ons opdoemen: we moesten ons hier een weg doorheen hijsen. Vlak voor ons zagen we Tony en zijn kleinzoon, maar toen we boven waren, waren ze alweer vertrokken. Na de een na laatste beklimming en afdaling (we hadden het uitzicht nu wel gezien en werden steeds vermoeider), vonden we een bankje en ploften uitgeput neer. Achter ons kwamen de drie Nederlandse mannen die we al eerder hadden ontmoet, de berg afdalen en terwijl we met hen spraken, kwam vanuit het bos aldaar een Canadees echtpaar (wat we wel al enkele keren hadden gezien, maar geen contact mee gehad) aanlopen. Zij vertelden dat ze om deze top heen waren gelopen, via het bos...

De Nederlandse mannen bleken hier ergens een slaapplaats te hebben: wij moesten nog door: een laatste beklimming en dan geleidelijk, via een enorm heidegebied afdalen richting onze overnachtingsplaats.

Het heidegebied doorkruisten we via een oude railweg. De rails waren natuurlijk weggehaald, maar het enorme (zand?) lichaam waarop de weg had gelopen, lag er nog. Het was een mooi pad geworden, dwars door het heidegebied heen. Een prettige afwisseling na het vele klimmen en dalen eerder deze dag. De zon brak door en het werd warm. We moesten nog ruim 2 uur lopen en na een uur treedt een nieuw verschijnsel in: verveling. We waren moe, na de tocht van gister (37 km) en vandaag opnieuw 32 km, het heidegebied, mooi maar op een gegeven ogenblik geloof je dat wel en dan wordt het domweg doorbijten: stap, stap, stap, stap, …, …

Na 1 ½ uur gebruikten we ons laatste water. De herberg (die midden in het heidegebied moet liggen) was nog niet in beeld. Achter ons kwam het Canadese echtpaar aanlopen. Zij hadden ook last van de afstand en de uitzichtloosheid. We liepen samen verder op en dat bleek een goed idee. Al pratend doorbraken we de eentonigheid en na een straf half uur doorstappen, zagen we, om een bocht, opeens in de verte de herberg op de top van een heuvel liggen.

Het duurde niet lang of we zaten aan ons verdiende glas lokale bier. We deelden met elkaar de maaltijd en toen vertrokken Anita en ik naar bed. Het bed kraakte, maar lag heerlijk. Morgen een korte dag en alweer de voorlaatste etappe voordat we woensdag de Noordzee zullen zien.

16 mei: Richmond - Osmotherley



We weten dat we vandaag een lange afstand (38 km.) moeten lopen, daarom hebben we gisteren een tijdsplanning gemaakt. Zo weten we of we, verdeeld over de dag,  een beetje op schema lopen of dat we b.v. een tandje harder moeten gaan.

We willen om 7.30 van start, maar dat wordt een half uur later,omdat er nog afgerekend etc. moet worden. De eerste kilometers gaan echter vlot en dat halve uur lopen we makkelijk in. Het landschap is glooiend, beekjes stromen er door heen, we zien eekhoorns en konijnen die voor onze voeten wegschieten. Het weer is wederom prima; mager zonnetje en goede looptemperatuur (14 graden). In Bolton-on-Swale staat een prachtig kerkje met een mooie begraafplaats. We maken wat foto's en drentelen dan weer door door de weilanden. Het lijkt een beetje op het lopen van het Pieterpad. I.p.v. de gebruikelijke schapen staan er nu ook koeien in de wei.

We lopen goed op schema. Dát verandert op het moment als blijkt dat de geasfalteerde weg waarop we lopen ruim anderhalf uur onze route zal bepalen. Op asfalt lopen is niet prettig, helemaal niet als je al van te voren ziet hoe de weg zich door het landschap slingert. Kortom de route wordt saai en eentonig. Eenmaal weer van de weg af het weiland in, worden we met grote regelmaat geteisterd door zwarte vliegen. Het loopt niet prettig. Erik wordt moe, het aantal hekken wat over moet worden geklommen lijkt toe te nemen; kortom we zijn blij als we de Inn in Danby Wiske zien. Tijd voor een paar grote cola's en wat rust. Voor velen is deze Inn het rustpunt tussen Richmont en Osmotherley of Ingleby Cross. Wij gaan in één keer door naar Osmotherley.  Even buiten het dorp nog wat eten en dan weer door.

De route gaat weer over geasfalteerde wegen en later door weilanden. Een boer over wiens erf we  doorgang hebben heeft een tafeltje met frisdrank en snacks staan. Het geld ervoor kun je in een potje achterlaten. Niet veel later zien we een drietal Engelsen: een man met getatoeerde kuiten en 2 dames.

Eén van hen loopt op één schoen en een sok. Dat zal niet makkelijk lopen. Even later gaan we van de officiële route af .

Om in Osmotherley te komen heeft Sherpa (onze vervoersorganisatie) een alternatieve route bedacht. We lopen lang in onzekerheid of we wel de goede route te pakken hebben; de aanwijzingen zijn summier. Als blijkt dat we goed gaan, komt het volgende kritieke punt. We moeten dwars door de velden richting A19 die we, geloof het of niet, dienen over te steken. Aanvankelijk gingen we er vanuit dat het een provinciale,rustige weg zou zijn, maar het geluid van een heuse snelweg bereikt ons al snel. Het betreft een vierbaansweg met in het midden een berm.

We zullen moeten oversteken !

Doodeng en onverantwoord !

Maar we doen het; er is geen andere oplossing. Eenmaal aan de overkant zijn we boos op Sherpa en besluiten we hen een mail te sturen over deze idiote situatie.

Maar we zijn er nog niet; moe als we inmiddels zijn, klimmen we nog door een bos omhoog en moeten we door hooggelegen weilanden naar het pittoreske dorpje Osmotherley. We zijn het spuugzat en Erik heeft 't gevoel dat hij op een blaar loopt. “Vane” House, onze BandB is snel gevonden, de kamer is klein, maar ziet er goed verzorgd uit. Totdat we neerploffen op het bed...zeer zacht matras !
De lunch van vandaag eten we op bed op.. we hebben geen puf om er nog op uit te gaan. Het bed ligt beroerd. Jammer, een goede nachtrust hadden we goed kunnen gebruiken.

zaterdag 15 mei 2010

Engelse gewoonten

Engelse gewoonten.

Met veel plezier doorkruisen we al enige tijd Engeland. Het land is ook zo plezierig omdat er Engelsen wonen. Ze lijken op ons, Hollanders, maar pas op: schijn bedriegt. Dit volk denkt en acteert anders als dat wij doen. Daar kom je goed achter wanneer je korte tijd zo intensief met hen wordt geconfronteerd.

We noemen enkele zaken die ons zijn opgevallen:

1.  Ongeacht waarom of waarover, blijf vooral voortdurend de ander bedanken. Ook als volstrekt onduidelijk is dat een “thank you” op zijn plaats is. Engelsen doen dit ook, voortdurend en uitputtend: ik vraag de weg naar het toilet en ik word bedankt door degene die mij uitleg geeft; ik vraag om een extra mes voor mijn kaasplateau en ik word bedankt; ik loop zonder iets te kopen een winkel uit  en ik word bedankt, etc. Buigen is niet nodig, het is vooral een talig volk,

2.  Praat in understatements. Zeg dus vooral niet wat je denkt. Als je denkt: wat een godskolere, zware wandeling is dit, zeg dan: “the walk is sometimes a bit rough, isn't it?” Een Engelsman begrijpt je en slaat acuut een andere weg in: hij heeft genoeg gehoord. Een Hollander die iets dergelijks in de wandelgids leest, begint opgewekt aan de wandeling: hij zal meevallen, dat staat immers in de gids... Andere instinkers: “a pretty, easy walk”; “a nice walk through the countryside”; “a bit of climbing won't exhaust you”

3.  Engelsen houden van formaliteiten. Ga dus nooit in een restaurant zomaar aan een tafel zitten, ook al is het restaurant uitgestorven. Vraag altijd, altijd, altijd, of er een tafel beschikbaar is. Soms vergisten wij ons. In Keld liepen we b.v. direct door naar de “dining room”. De eigenaresse kwam ons verschrikt achterna:”Have you being shout in?” Dit “inshouten” bleek een alom bekend begrip. Je bestelt in dat geval aan de bar wat je wilt eten; je neemt een biertje en je wacht totdat iemand je komt halen. Dan pas krijg je een tafel toegewezen,

4.  Alhoewel de “full breakfast”: bacon, eggs, saussage, beans, tomatoes, black pudding (bloedworst), fried toast (dit is géén toast, maar in de pan gebakken brood: moddervet) als keuzemogelijkheid wordt aangeboden, wordt het beslist niet begrepen wanneer je de keuze afwijst. Werkelijk iedereen verorbert hier iedere ochtend het complete Engelse ontbijt. Ik heb het na drie dagen opgegeven en beperk me tot de cereals (corn flakes e.d.) en toast. Ik word dan ook door iedereen voor gek versleten. Maar dat word je als Hollander toch al snel,

5.  Je wordt onmiddellijk herkend als Nederlander en dus kom je van the continent. Het continent wordt nog steeds door vele Engelsen diep gewantrouwd. Als we vertellen dat we via de chunnel naar Engeland zijn gekomen, gruwen ze: “the gateway for terrorism”. Ik vertel meestal maar niet dat ook terroristen al zeker 50 jaar het vliegtuig nemen en Engeland de grootste luchthavens van Europa heeft,

6.  De biercultuur is hier ongekend. Wat een enorme rijkdom aan, vooral, lokale brouwerijen. Dat weten ze en daar zijn ze trots op. Smalend wordt verhaald over ervaringen in Nederland waar bier alleen “pilsner” blijkt te zijn (en dan ook nog meestal dat ondrinkbare Heineken). Onbegrijpelijk vindt de Engelsman dit en, eerlijk gezegd, dié begrijp ik nu opeens weer heel erg goed!

een rustdag in Richmond




Een rustdag in Richmond.

Vanuit onze hotelkamer zien we Richmond in het dal liggen. De stad wordt gedomineerd door een enorm kasteel, althans, dat wat er van over is. Een Donjon en indrukwekkend hoge, gedeeltelijk ingestorte muren rond een open ruimte. Het kasteel torent hoog boven de rivier Swale, welke we al sinds Keld min of meer volgen. Aan de oostzijde strekt zich de stad uit.

Voor deze regio een redelijk grote stad. Ze zal niet meer dan 25.000 inwoners tellen. Het centrum is klein maar sfeervol. Een plein rondom een kerk waaraan verschillende andere gebouwen zijn vastgeplakt. Het plein loopt sterk schuin af. Toch bleek er vandaag een markt te zijn opgebouwd. We bestuderen de etalages en lopen enkele winkels in. Iets voorbij het centrale plein vinden we een stadspark waarin de ruïne van een kerk.

Wederom het visitekaartje van de heer Cromwell. Ook dit voorheen Franciscaner klooster is grondig door hem en zijn manschappen vernield. Een bord geeft uitleg. Het vertelt dat de Franciscaner orde in de tijd van Cromwell corrupt was geworden en de enorme rijkdom van de kloosters het volk ernstig stoorde. Dit blijkbaar min of meer als vergoelijking van de vernieling van het klooster: mij word niet duidelijk of ook de kloosterlingen die hier woonden, in corrupte rijkdom leefden. Ook had ik nooit begrepen dat de vernieling van de katholieke kloosters in Engeland een volksaangelegenheid was. Ik heb altijd de indruk gehad dat hier vooral manipulerende machtige heren hun kans zagen en hebben gegrepen. Toch eindigt het verhaal met de opmerking dat de stad veel aan deze monniken te danken heeft gehad want ze hebben de stad, na het terugtrekken van de Romeinen (die hebben hier ook nog gezeten), feitelijk geheel opgebouwd.

Een schrale troost.

We gaan op zoek naar het lokale museum en worden hier persoonlijk door een vriendelijke man naar toe gebracht als we het niet goed kunnen vinden. De ontvangst in het museum is bijzonder hartelijk: twee hoog bejaarde dames bemensen de kassa en geven ons uitgebreid uitleg over de opzet van het museum. Natuurlijk verwachten we geen topstukken, maar een lokaal museum als dit, geeft vaak een bijzonder reliëf aan de streek.

Het museum toont ons de reden waarom Richmond in de 19e eeuw rijk werd: lood. Uit de heuvels in de omgeving werd lood gehaald. Dat werd voor van alles gebruikt, onwetend als men was over de bijzonder giftige eigenschappen van dit metaal. Het was natuurlijk een makkelijk te bewerken metaal: zo'n beetje met de hand te buigen. Om die reden komt echter ook gemakkelijk allerlei gevaarlijk spul vrij. Enfin, nadat het lood aan het begin van de 20e eeuw werd vervangen door andere (minder gevaarlijke) materialen, was het snel gedaan met de welvaart van de streek:het grootste deel van de bevolking vertrok naar Amerika.

Ook lees ik het boeiende verhaal van Robert Hey. Deze man ontwikkelde geheel in zijn eentje een methode voor de bemanning van een duikboot om uit de duikboot te ontsnappen nadat het was gezonken. Hij bood het de marine aan, maar deze zag het nut er niet van in. Toen hij later in de krant las over de bemanning van een Amerikaanse duikboot die was ontsnapt met speciale reddingsvesten met zuurstof, was Hey ervan overtuigd dat ze zijn methode hadden gepikt. Een lange, treurige strijd om erkenning volgde. Het museum toonde dagboeken, brieven, processtukken, en zo voort. Boeiend gegeven toch hoe mensen soms vast kunnen lopen in een dergelijk traject. Hey kreeg nooit erkenning. Uiteindelijk trok hij in een caravan door Engeland om op stadspleinen demonstraties te geven van zijn ontsnappingsvest. Hij stierf uiteraard in eenzaamheid en volledig verbitterd, ergens in de jaren '30 van de 20e eeuw. Goed, een beetje erkenning voor deze man in het museum van Richmond.

Ook zagen we nog de studio opzet van “All creatures great and small” (de avonturen van de dierenarts Herriott).

Al met al, een bezoek waar je vrolijk van werd. We dwaalden nog even over een bijzonder oude kerkhof en constateerden maar weer eens dat de heimwee naar vroeger toch wat vals is: het aantal kindergraven uit de 19e eeuw is ongekend groot. Ook de volwassenen werden veelal niet oud: gemiddeld een jaar of 40. Goed, bij de wasserij bleek onze was weer gedaan. We bestelden ons ontbijt voor 7.00 uur. Morgen een lange mars voor de boeg: 40 kilometer. We gaan maar vroeg slapen.

vrijdag 14 mei 2010

reisgenoten

Onze reisgenoten.

Gedurende de tocht zijn we voortdurend mensen tegengekomen die met ons de C2C route liepen. Omdat de lopers overnachtten in kleine gehuchten, met vaak slechts één of twee overnachtingsplaatsen en enkele pubs om te eten, kom je elkaar voortdurend tegen.

Hoe je hiermee om gaat, staat je volkomen vrij. Onderweg zagen we hoe zich spontaan groepjes ontwikkelden, die met elkaar verder trokken (of juist weer uit elkaar vielen). Ook waren er die zich volledig afzijdig hielden. Anderen, zoals wij, hadden de contacten gedurende avond maar tijdens de wandeling waren we samen.

De contacten waren over het algemeen spontaan, vrijblijvend en vriendelijk. We merkten al snel dat het gebruikelijk is om elkaar bijnamen te geven om elkaar te duiden. Wij, zo hoorden we, stonden bekend als “the dutch couple, who just pop up”. Naar Engelse maatstaven lopen wij namelijk langzaam, maar we komen altijd waar we moeten komen. Ook als we ingrijpend verdwaald zijn geweest.

Een overzicht van de mensen die we tot nog toe hebben ontmoet (in willekeurige volgorde):

1) Een dame die we “de dochter van Wainwright” noemden. Een pezige, bejaarde dame met een lange, grijze paardenstaart die in een ongelofelijk tempo de route door de bergen aflegde. Ze wordt, zeker door de oudere medewandelaars, herkend en met een zekere eerbied behandeld. Met ons zocht ze geen contact, behalve dat ze ons altijd vriendelijk groette,
2) De man met de gamaschen. Aan het begin van de route kwamen we hem verschillende keren tegen. Hij droeg consequent zijn gamaschen (een soort onderbeenbeschermers tegen vocht van struiken, veen, e.d.) en een grote hoed. Hij ving Anita op na haar eerste klim (deze deed ze zonder stokken, tot ieders verbijstering). Ze was uitgeput maar werd door hem vriendelijk weer op de been geholpen. We kwamen hem nog verschillende keren tegen. Een ervaren wandelaar,
3) Chris, we hebben hem al verschillende keren genoemd. Een weduwnaar (sinds een jaar, zo vertelde hij ons) die zijn pensionering aangegrepen heeft om eindelijk deze wandeling te maken. Een symphatieke kerel, op en top Engels, vooral in zijn onderkoelde humor. Een einzelgänger, die het contact met ons duidelijk toch op prijs stelde,

4) Rambo. Een pezige, stoere kerel. Hij had een enorme rugzak op, een tent in zijn ene hand en vaak nog een tas in zijn andere. Hij liep niet snel, maar wel achter elkaar door. Als hij ons passeerde maakte hij altijd een vriendelijk praatje, wat voor ons volstrekt onverstaanbaar was,
5) De oudere echtparen. Hiermee bedoelden we twee echtparen die met elkaar de route liepen. Zeer vriendelijke mensen. Bijzonder was dat één van de beide heren eerder een flinke hartaanval had gehad en dat hij nu weer in staat was om deze flinke inspanning te verrichten.
6) Er waren nog twee oudere echtparen waar we minder contact mee hadden. We kwamen, op weg naar Grasmere, één van deze echtparen tegen en toen bleek de man flinke ademhalingsproblemen te hebben. Hij was een groot liefhebber van Wordsworth (Engels poeet), die woonde in Grasmere en daar begraven ligt. Toen Anita en ik later in Grasmere zaten te lunchen, zagen we deze man voorbij komen. Of ze de route hebben afgemaakt, weten we niet: we hebben ze hierna niet meer gezien,
7) De Australiër. Kleine, bijzonder pezige man. Liep alleen de C2C en deed dat in een onvoorstelbaar tempo. Met name bergopwaarts leek hij te huppelen,

8) Uiteraard Tony en zijn gang: die zijn uitgebreid beschreven in de blog,
9) Een jong stel die ik de dieseltrein noemde. Liepen altijd pal achter elkaar in een onverstoorbaar tempo. Leken niet met elkaar te spreken en ontweken ieder contact met anderen,
10) Moeder en zoon: onze interpretatie. De zoon droeg de rugzak en moeder liep in een heel laag tempo met hem mee. Wel een bijzonder vriendelijke vrouw met veel aandacht voor anderen.
11) Met enige regelmaat kwamen we een groepje Nederlandse mannen tegen. Het duurde even voor we van elkaar in de gaten hadden dat we Nederlands waren. Ze liepen in een flink tempo en we zwaaiden vriendelijk naar elkaar.

Nog vier loopdagen te gaan. Omdat wij morgen een rustdag hebben, is het onwaarschijnlijk dat we bovenstaande mensen nog tegenkomen. Mogelijk in Robin Hoods' bay. We hopen in ieder geval dat al deze mensen de reis hebben kunnen volbrengen.

14 mei: Reeth - Richmond

14 mei: Reeth – Richmond

Ik begin mijn verslag met ons diner van gisteravond.

Zoals door Anita gemeld, waren we spontaan door Tony uitgenodigd. We hebben Tony al verschillende keren tijdens onze reis kort ontmoet. Een kleine, bejaarde man (ergens achter in de 70) met spierwit haar, een enorme neus en een wat wankele manier van lopen. Tony loopt in een groepje met Paddy, Virginia en Eddy. Eddy is de kleinzoon van Tony. Ze hebben Paddy en Virginia (een jong stel uit Londen) in St. Bees ontmoet. Omdat noch Tony, noch Eddy enig idee hadden over hoe ze een kaart moesten lezen of een routebeschrijving interpreteren, lopen ze de tocht met Paddy en Virginia.

Blijkbaar nodigt Tony iedere dag alle wandelaars uit voor het diner, als hij de kans krijgt, want wanneer we in de afgesproken pub aankomen, blijkt ook nog een Engels stel aan te schuiven. We schuiven dus met 8 man aan tafel. Het wordt een leuke avond. Ik vraag Tony waarom hij ervoor kiest om op zijn leeftijd deze wandeling te maken. Hij vertelt dat hij al járen geleden over de C2C had gehoord. Sindsdien probeerde hij steeds om vrienden zover te krijgen de tocht met hem te maken. Amerikanen zijn geen wandelaars, bovendien is het enige wat zijn leeftijdgenoten in Amerika interesseert: “vitamins, health en that kind of horror. When they're 10 minutes talking, I only want to go out...” Voorjaar 2009 is Tony (hij woont in Ohio) op bezoek bij familie in Florida en daar treft hij zijn kleinzoon Eddy. Als hij langs zijn neus weg aan Eddy vraagt of hij misschien de tocht met hem wil maken, reageert Eddy, tot Tony zijn verrassing: “Sure, why not?”. Tony valt even stil en merkt dan op: “Therefor, this journey has now something very special for me: walking with my grandson”. Hij vervolgt lyrisch over zijn ervaringen: “When I'm standing on the top of a mountain, looking around, I can only think...this must be Gods country”

Ook Eddy (18) zijn verhaal is boeiend. Hij merkt lachend op dat hij en zijn opa nooit praten over dat wat komt, maar alleen over wat ze hebben gedaan (…). De hele wandeling is voor hem één grote ontdekkingsreis: het eten, het wandelen, de Engelse cultuur, de contacten, alles is nieuw voor hem en wijkt volledig af van wat hij in Amerika gewend is.

We blijven niet te lang hangen, want we merken 's avonds dat we onze slaap hard nodig hebben. We verblijven deze nacht in “the Buck hotel”. We vinden het één van onze mindere onderkomens, maar het bed slaapt prima.

De volgende ochtend ontbijten we in een ongezellige ruimte. We gaan maar snel op weg. De wandeling van vandaag is eigenlijk de eerste die niet alleen als “quiet” en “easy “ wordt omschreven, maar ook zo door ons wordt ervaren.

We volgen verschillende valleien en kuieren over boerenland. Het landschap heeft een parkachtig karakter. Het is de fameuze “English countryside” zoals het in nostalgische engelse series graag wordt getoond aan de wereld. Ik kan nu melden: het bestaat. Je moet wel de mitrailleursalvo's (militair oefenterrein) die we de hele ochtend horen wegdenken, alsmede de RAF die op verschillende momenten laag met een supersonisch vliegtuig door het dal suist, maar als je dat lukt, dan loop je in een sprookje. We passeren een priorij, welke natuurlijk vakkundig door de heer Cromwell is afgebroken en beklimmen de 375 treden van de “Nuns steps”. De Nuns steps zijn omringd door maggi-planten en alles ruikt naar maggi.

Zo, kuierend door het land, komen we bijna als vanzelf aan in Richmond, onze volgende verblijfplaats. Het is de grootste plaats die we passeren tijdens onze reis. Het centrum is prachtig. Alles wordt gedomineerd door de donjon van het kasteel. Het kasteel zelf is een ruïne, maar de Donjon staat nog fier overeind.

We besluiten eerst wat te eten en te drinken in een coffeeshop (in Engeland wordt hier gewoon koffie verkocht), alvorens ons naar ons hotel te begeven: dat ligt een stukje buiten het centrum. Nou, dat laatste klopt: het ligt inderdaad slechts een paar honderd meter buiten het centrum. De beschrijving meldt alleen niet dat die paar honderd meter steil omhoog gaan. Maar, zoals we al vaak hebben ervaren: de ontvangst door de landlady, een oudere dame, is zo hartelijk; de kamer zo ruim met zo'n prachtig uitzicht over Richmond, we zijn die klim al snel weer vergeten.

Richmond



We zijn in Richmond, de grootste plaats tijdens de c2c.

Morgen een rustdag en nu een capuccinno met een muffin (large).